Het Pietje dat niet meer durfde te klauteren

Heb jij wel eens een zwarte piet over de daken zien lopen ’s nachts? Vast niet. Weet je waarom niet? Ja, natuurlijk, omdat pietjes zwart zijn, maar ook omdat ze heel goed hebben geleerd om onopvallend over de daken te klimmen. Dat is heel belangrijk, want hoe kunnen uitkijkpieten anders ontdekken wat jij graag in je schoen of op pakjesavond wilt hebben? Zwarte Pieten klimmen niet alleen heel handig over de daken, ze doen dat ook nog eens supersnel, zo snel dat je het bijna niet zou geloven als je het zag. Je begrijpt natuurlijk wel dat zoiets niet makkelijk is en, tja, Zwarte Piet word je dan ook niet zomaar. Daar moet je heel lang voor oefenen op de speciale Zwarte Pietenschool in Spanje.

Nu denk je misschien: “rennen over de daken? Oei, da’s hartstikke eng!”. Nou, dat is natuurlijk ook zo en Zwarte Pieten zijn dan ook reuzedapper. En weet je wat helemaal bijzonder is? Het is al meer dan honderd jaar geleden dat er een Zwarte Piet van het dak is gegleden. Maar weet je, een paar jaar geleden was dat bijna anders geweest!

Het was een van de koudste winterjaren die Sinterklaas ooit had meegemaakt. Hij merkte het al toen hij met zijn boot aanmeerde in Nederland. “Piet?” zei Sint met zware stem. “J-j-j-j-a Sint?” antwoordde Piet bibberend van de kou. “Bereid je maar voor Piet” zei Sint. “Het is ijskoud en weerPiet heeft me verteld dat het nog veel, veel kouder gaat worden en dat we dit jaar zelfs sneeuw kunnen verwachten.” Dat liet Piet zich geen twee keer vertellen. Hij rende naar kleermakerpiet om snel een paar honderd warme winterjassen te bestellen voor de arme Pieten die straks op het dak moesten klauteren, maar…oei…daar had je het al. Het dek van het schip was spiegelglad door de ijskoude regen, en daar lag Zwarte Piet pardoes met z’n pietenbillen in een plas water. Toen de andere Pieten zagen dat hij zich niet heel erg bezeerd had, moesten ze hard lachen, maar Zwarte Piet vond het niet zo grappig. Hij wist dat dit een heel zwaar jaar zou worden, met al die miljoene pakjes die ze nog moesten rondbrengen.

De enige Piet die niet stond te lachen was een jong pietje, het nieuwste lid van het pietenteam dat over de daken klimt, KlimPiet 33. De nieuwe Zwarte Piet maakte zich zorgen. Hij had pas een maand geleden zijn diploma van de klimschool gehad en vond het allemaal nog reuze eng. Je moet weten, klimpietjes oefenen natuurlijk niet op de hoge daken, maar op hele lage daken die Sinterklaas heeft laten nabouwen in de gymzaal. Als een pietje van zo’n dak valt, dan is hij misschien een beetje geschrokken, maar gevaarlijk is het niet. Maar nu het jonge pietje in Nederland naar de hoge huizen keek, moest hij toch even slikken. Hij was in de gymzaal best vaak van het dak getuimeld, en hij moest er niet aan denken dat hij straks ook van zo’n hoog gebouw naar beneden viel.

Sinterklaas liep toevallig net langs en zag het bezorgde gezicht van KlimPiet 33. “Maak je geen zorgen beste jongen. Het komt echt allemaal goed. En je moet maar zo denken, na dit jaar heb je tenminste het zwaarste gehad en wordt het volgend jaar alleen maar makkelijker.” Pietje hoopte maar dat Sinterklaas gelijk had.

Een dag later was het dan zover, Sint en zijn Pieten moesten over de daken, en KlimPiet 33 moest zich melden. “Doe je best jongen” zei Sinterklaas, terwijl hij het pietje een schouderklopje gaf. Pietje voelde zich helemaal niet goed. Hij wilde Sinterklaas niet teleurstellen, want tja, dat was wel de grote baas, maar als hij omhoog keek naar het huis dat hij moest beklimmen, ging het duizelen voor zijn ogen. “Ik moet het doen, ik moet het kunnen” dacht het pietje. Hij slikte zijn angst weg, en klauterde razendsnel via de regenpijp naar boven. “Nou, dat viel nog best mee” dacht hij, terwijl hij keek hoe Sinterklaas een grote duim naar hem opstak. Vol trots gooide hij de zak over zijn schouders en wandelde over het dak naar de schoorsteen, om de drie lieve kindjes die daar woonden een paar mooie cadeautjes te geven. Maar Pietje was zo trots, en zo blij dat het hem was gelukt zonder problemen het dak op de klimmen, dat hij niet oplette. Hij was onvoorzichtig, en toen een stevige windvlaag plotseling opdook, blies die het Pietje zo onderuit. KlimPiet 33 schrok zich een hoedje. Hij probeerde zich vast te pakken aan de schoorsteen, maar dat mislukte, en razendsnel gleed hij over het gladde natte dak naar beneden.

Denk je dat Pietje zich bezeerde? Nou, bijna wel, maar weet je nog, er is al in meer dan 100 jaar geen Zwarte Piet meer van het dak gevallen, dus ook dit pietje niet. Het pietje wist op het laatste moment nog net de dakrand vast te pakken en te blijven hangen. Nou daar hing hij dan, een klein bang pietje, bungelend aan de dakrand. “Help, help!”, gilde hij uit in paniek. Sinterklaas, die alles natuurlijk had zien gebeuren, was al met zijn paard te hulp gesneld. Nu is Sinterklaas natuurlijk niet heel lang, maar zijn gouden staf wel. En gelukkig is Sinterklaas door al dat harde werken ook heel sterk. Hij strekte zijn staf uit naar de bang piet, die hem stevig vastgreep. Met veel gekreun en gesteun tilde Sinterklaas het pietje naar beneden. “Zo, was dat even schrikken!” zei Sinterklaas. “Je moet ook wel uitkijken beste jongen, die harde windvlagen kunnen gevaarlijk zijn!”
Pietje wist het, want het had weinig gescheeld of hij was op de grond getuimeld! Hij wist niet wat te zeggen tegen Sinterklaas, zo erg was hij geschrokken! Hij was zelfs zo erg geschrokken, dat hij helemaal niet meer durfde te klimmen. Sinterklaas probeerde het bij het volgende huis, en het huis daarna, maar KlimPiet 33 wilde niet meer en durfde niet meer. Hij stond te trillen op z’n benen. “Maak je maar niet druk arme Piet, we vinden wel iets anders voor je, het geeft echt niet”. Want ja, Sinterklaas moest natuurlijk wel veel werk verrichten en hij wilden graag dat zijn Pieten hard werkten, maar hij is ook een hele lieve man en hij wilde zijn Piet niet met al z’n angst het dak op sturen. “Weet je?” zei Sinterklaas, “voortaan kun jij gewoon mijn paardpiet zijn. Dan kun jij ervoor zorgen dat Witje niet wegloopt als ik pakjes door de schoorsteen aan het gooien ben.”

Dat vond Pietje natuurlijk erg lief van Sinterklaas, maar hij wist ook wel dat het eigenlijk geen echt Pietenwerk was, en dat de Sint dit baantje voor hem had bedacht om zich niet zo verdrietig te voelen. Zo ging het koude winterjaar voorbij, met de Zwart Pieten op het dak, en één pietje op de grond, naast het paard. Sinterklaas zei er niets van, en zelfs zijn Pieten, die af en toe graag iemand mochten plagen, zeiden niets lelijks tegen KlimPiet 33. Maar toch, toch voelde hij zich een beetje verdrietig. Hij hoorde hier niet naast het paard, hij hoorde op het dak, zoals een echte Zwarte Piet. Maarja, als hij alleen al dacht aan het klimmen, begonnen zijn benen onder zijn billen vandaan te bibberen en vergat hij het maar snel weer.

Uiteindelijk brak de grote dag aan, pakjesavond! “Beste Pieten!” sprak de Sint met serieuze, luide stem. “Vanavond is waar het allemaal om draait, vanavond zullen we pakjes bezorgen bij ieder lief kind in Nederland. Ik heb jullie allemaal hard nodig, want het is verschrikkelijk koud en glad buiten en er moet veel gedaan worden. Pas dus een beetje op daarboven, we kunnen geen ongelukken gebruiken op deze drukste dag van het jaar”. “Ja Sinterklaas, is goed Sinterklaas” antwoordden de Pieten in koor en ze gingen aan de slag. Ook de kleine piet ging mee, al voelde hij zich nog steeds niet fijn, daar naast het paard. Omdat KlimPiet 33 niet meer durfde te klimmen, had Sinterklaas een piet te kort, en moest hij zelf ook over de daken klimmen. Hij was dan wel een oude man, maar klimmen kon hij nog als de beste.

Maar weet je, Sinterklaas mag dan oud en wijs zijn, ook hij kan zich wel eens vergissen. En de vergissing die hij die pakjesavond maakte, was precies dezelfde als die van KlimPiet 33 dat jaar. Sint was zo bezig met het uitzoeken van de juiste pakjes voor de juiste kinderen, dat hij een stevige windvlaag niet voelde aankomen. De wind blies zijn mantel omhoog, en de goede Sint verloor zijn evenwicht. Met een flinke smak viel Sint op het dak en hij kon zich nog maar net vasthouden aan de rand. Angstig keek hij naar beneden. Een dakgoot was er niet, dus als Sint los zou laten, zou hij helemaal naar beneden glijden. “Help” riep Sint, met een bange stem. “Help ik ga vallen!”. Sinterklaas hield het niet meer en toen hij op het punt stond om los te laten omdat zijn handen hem niet meer konden dragen, zag hij ineens hoe een stevige Zwarte Hand hem bij z’n armen pakten en langzaam omhoog trok. Verbaasd keek Sint omhoog. Maar hij was nog veel verbaasder toen hij zag wie hem omhoog had getrokken.

Wie dat was? Inderdaad, het was KlimPiet 33. Het pietje was zo bang geweest om de daken te beklimmen dat hij er niet over na wilde denken, maar toen hij zag dat de Sint in de problemen zat, hoefde hij niet na te denken, en was hij zo snel als zijn armen en benen hem konden dragen het dak opgeklommen. Je begrijpt natuurlijk wel dat Sint hem enorm dankbaar was. Want zonder KlimPiet 33 was er dat jaar niet alleen bijna een Zwarte Piet van het dak gegleden, maar ook nog eens de goedheiligman zelf.

En weet je wat nou het mooiste is van alles? Omdat hij zo snel en zonder nadenken het dak had beklommen, was hij, zonder het zelf te merken, in één klap zijn angst voor hoge daken kwijtgeraakt. Het pietje is daarna nooit meer bang geweest, en werd zelfs één van de beste klimpieten die Sinterklaas ooit heeft gehad!